In de klas

Er was al voor gewaarschuwd dat de tijd zou vliegen. En jawel, er zijn al twee weken voorbij en twee reeds twee tentamens achter de rug. Zo onwetend als de meesten waren over het skelet en de BSR-techniek, zo kunnen we nu al menig bot en gewricht benoemen.

Direct al op de eerste dag begonnen de praktijklessen. Dat verraste ons denk ik allemaal.  Want hoe kun je nou aan de slag met die bijzondere techniek als je nog niets weet van het menselijk lichaam? Maar waar het uiteindelijk op neer komt is dat je het, letterlijk, in je vingers krijgt. De behandeling zal straks gaan zonder er over na te denken. Het moet worden als fietsen, zonder moeite, maar je moet wel heel goed weten waar je naartoe gaat.

Dus zo waren we de eerste dag wanhopig op zoek naar uitstekende botdelen op elkaars bekken, de bekkenrand, het heiligbeen, het stuitje en de zitbotten. Dat zijn namelijk de eerste referentiepunten van waaruit de behandeling start. De meeste cliënten zullen immers met onderrugproblemen komen. Die klacht staat met stip op de eerste plaats. En bij elk gevonden punt, deze telkens weer direct hardop benoemen in het Engels. Het is stampen, stampen en nog eens stampen.

Door voordurend van klasgenoot te wisselen leer je ook te wennen aan verschillende lichamen. Het bekken bij vrouwen is loopt bijvoorbeeld meer in de breedte en bij mannen meer in de lengte. De schriele typjes (zoals ik) zijn heel erg goed voor het zelfvertrouwen en zeer populair als oefenobject. Achter elkaar is het raak, alles botjes liggen lekker aan het oppervlak. De wat ‘rondere’ klasgenoten en zwaar gespierde ruggen maken dat je je vertwijfeld afvraagt of je het ooit wel gaat leren. Maar de afwisseling houdt de moed er in. En als je dan een weekje verder bent wordt het, heel verrassend, al wat makkelijker. Je leert al snel inschatten waar wat zit en je merkt ook dat de vingertoppen wat beter beginnen te ‘zien’.

In de tweede week maakten we kennis met ‘de monitor’. Dat is dat rare wiebelen met de voeten waarvan cliënten zich altijd afvragen waar dat toch goed voor is. Ik had het nog nooit mogen aanschouwen, omdat je als cliënt immers op je buik op de tafel ligt. Dat is maar goed ook, want het ziet er tamelijk idioot uit. Zo stonden we als een stel mannetjes-apen die indruk op elkaar proberen te maken op rij voeten te wiebelen.

Naast de serieuze momenten met zeer geconcentreerde aandacht wordt er gelukkig ook heel veel gelachen.